Ik ben een baklava-degustatie.


Enige tijd geleden werd ik uitgenodigd door Standaard Boekhandel om een boekvoorstelling te geven van ‘Turkije aan de Leie’ tijdens de ‘Openboekdagen’ eind oktober. Ik had al één en ander voorbereid, toen ik vandaag voor het eerst het programma inkeek. Wat blijkt? Ik ben een baklava-degustatie. Zo staat het er letterlijk: “15u: Degustatie: Ontdek Turkije aan de Leie op een culinaire wijze en proef van de heerlijke baklava.” 


Het is niet de eerste keer dat mijn boek verkeerdelijk geïnterpreteerd wordt als een exotische degustatie. Blijkbaar is het voor velen heel moeilijk te begrijpen dat er iets meer te vertellen valt over Turkse migratie dan de meest stereotiepe cultuurproducten. Nog minder kan men begrijpen dat ik daar als Belgische iets over zou weten. Tot men te weten komt dat ik met een Turkse Gentenaar getrouwd ben. Blijkbaar weegt dat zwaarder door dan vijf jaar onderzoek. Want dan klinkt het: “Ah, dan weet je er natuurlijk alles van.”

Zucht. 

Zo was er enkele maanden geleden het incident met Terzake. Turkije aan de Leie is ongeveer naar de helft van het VRT-personeel gestuurd, maar er is volgens mij maar één journalist in huis die de moeite heeft genomen om het te lezen (Bert De Vroey, dankjewel). In maart kreeg ik telefoon van Terzake om te vragen of ik bereid was enkele resultaten van hun ‘enquête bij allochtonen’ (diepe zucht) te kaderen. “Historisch dan wel?”, vroeg ik. Maar dat bleek niet de bedoeling: Op basis van mijn relatie met mijn man mocht ik iets komen vertellen over waar de Belgische Turken zich thuis voelen, hoe belangrijk de Turkse cultuur nog voor hen is, hoe ze als moslims in ons land overleven enzovoort.
Diepe zucht.

Ik heb gepast en ze hebben me vervangen door niemand minder dan Bart De Valck, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging. 

Hele diepe zucht.


Het incident was helaas slechts het eerste in een hele reeks waarin mijn boek werd opgevoerd als ‘baklava-degustatie’. Maar ik besef dat ikzelf slechts het topje van de ijsberg meemaak. Auteurs, kunstenaars en theatermakers, zelfs wetenschappers die toevallig een migratie-achtergrond hebben, worden bijna per definitie opgevoerd als baklava-degustatie: Ongeacht of het nu hun veld van expertise is of niet, moeten ze (vaak zelfs ongepaste) vragen beantwoorden over hun geloof en hun achtergrond. ‘De ander’ mag ook wel eens aan het woord komen in dit land, maar dan alleen als het gaat over ‘anders zijn’.
Maar vandaag stond ik er zelf dus ook: naast de baklava. Bezoekers van de boekhandel kwamen me vragen of dat niet zoiets zoets was ‘uit die landen’ en of het met ‘pistache of walnoten’ was. Maar de vraag die iedereen blijkbaar bezig houdt: Waarom ik, als Belgische, zo geïnteresseerd ben in ‘Turken’? 

Dat ik die vraag moet beantwoorden in een land waar één op vier mensen een andere origine heeft en dat in een stad waar één op tien inwoners van Turkse afkomst is, maakt mij om eerlijk te zijn een beetje bang. We zijn duidelijk nog niet tot het besef gekomen dat migratie evenzeer een deel is van onze samenleving als frieten, files of burn-out. Maar daarnaast moet ik bekennen dat het helemaal geen boek ‘over Turken’ is.



Je zou kunnen zeggen dat ‘Turkije aan de Leie’ een boek is over Gent, over migratie, over de wording van een multiculturele samenleving, hopelijk een boek dat een aantal dingen in historisch perspectief plaatst. Maar wat het zeker en vast niet is, is een boek ‘over Turken’. Mensen die het boek gelezen hebben, zullen dat kunnen bevestigen. Er wordt mij zelfs regelmatig verweten dat er niets instaat over de Turken vandaag. 

Maar toch ben ik een baklava-degustatie en wordt er appelthee uitgeschonken over de gezichten van de familie Köse. Je moet ergens beginnen, denk ik dan.


Reacties