20 jaar Bosnische migratie: Van Bosnië naar België en terug

Op 7 december wordt in De Centrale het boek 'Van Bosnië naar België en terug' voorgesteld, een project van Bosna vzw, gebaseerd op het thesisonderzoek van Thomas Van Roey. Ik mocht daarvoor het voorwoord schrijven. 
Bij wijze van preview heb ik het hier gepubliceerd. Hopelijk tot dan!



20 jaar Blijven Plakken in Gent



In 1992 maakten we tekeningen in de klas. Ik was tien jaar oud toen de Joegoslavische Oorlogen uitbraken en onze tv, radio en krant maandenlang gedomineerd werden door berichten over  stukgeschoten huizen en families op de vlucht. Die oorlog was het eerste nieuwsfeit dat ik bewust heb meegemaakt; de beelden ervan staan nog steeds op mijn netvlies gebrand. En dus maakte ik tekeningen voor de kinderen van Bosnië, waarvan de juf beloofde ze allemaal te zullen opsturen. 

Meer dan twintig jaar later ontdekte ik dat op het moment dat die tekeningen op de post gingen, de eerste kinderen uit Bosnië achter onze hoek arriveerden. Toen ik dit las in het boek dat u nu vasthebt, moest ik terug aan die tekeningen denken. Maar nog meer werd ik geraakt toen ik te weten kwam op welke manier die eerste groep Bosnische vluchtelingen in Gent terecht was gekomen: Uit het Klein Kasteeltje gered door de zoon van een arbeidsmigrant uit Turkije.

En zo is alles aan elkaar verbonden: Want het was het verhaal van de arbeidsmigratie uit Turkije dat me naar het STAM heeft gebracht, waar ik Thomas ontmoette en hem voorstelde een thesis te schrijven over Bosnische migratie, waarin ik later het verhaal zou lezen van de solidariteitsactie van ‘Turkije aan de Leie’ met de Bosnische kinderen, waardoor ik terug aan die tekeningen moest denken. 

Ik vermoed dat velen onder u bij het lezen van dit boek terug gezogen zullen worden naar hun eigen herinneringen aan de Joegoslavische Oorlogen. En het is de bijzondere verdienste van Thomas dat hij erin is geslaagd het Bosnische migratieverhaal naar zo een menselijk niveau te brengen. In een tijd waarin migratie steeds enger benaderd wordt vanuit politiek en economisch standpunt, kan ik alleen maar hopen dat zijn voorbeeld anderen kan inspireren om het gat in onze migratiegeschiedenis verder te vullen.

Want een gat, dat ligt er. De nochtans bijzonder rijke migratiegeschiedenis van ons land blijft grotendeels onontgonnen terrein. Pas heel recent begint het wetenschappelijk onderzoek, en in het bijzonder denk ik daarbij aan de doctoraatsthesis van Jozefien De Bock over Mediterrane arbeidsmigratie naar Gent tussen 1960-1980, op gang te komen. Geen halve seconde te vroeg, als u het mij vraagt. 

In 2014 heeft al bijna een kwart van de inwoners in onze steden een recente migratie-achtergrond. Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat de rekrutering van de eerste Marokkaanse en Turkse arbeiders een nieuw migratietijdperk inluidde. Toch blijven we in België hopeloos achter met de erkenning van deze geschiedenis als ons gedeeld verleden. En dus worden misverstanden, onbegrip en zelfs flagrante leugens over dit verleden als waarheid aanvaard, terwijl het archief en de herinnering eraan steeds dunner wordt.

"Misverstanden, onbegrip en zelfs flagrante leugens over ons migratieverleden worden als waarheid aanvaard, terwijl het archief en de herinnering steeds dunner worden."



Het was vanuit die frustratie dat Jozefien De Bock en ik in 2014 voor het STAM-Stadsmuseum Gent het erfgoedproject ‘Blijven Plakken. Over meer dan vijftig jaar migratie naar Gent’ uitwerkten, waarbij we het weinige dat we al wisten over ons gedeeld verleden openbaar maakten door 35 grote foto’s met bijpassende uitleg in de straten van Gent te plaatsen. Zo werden buurtbewoners, passanten en bezoekers geconfronteerd met het migratieverleden van hun stad: een verleden dat zich vaak genoeg onder hun neus heeft afgespeeld, zonder dat ze het ooit geweten hebben. 

Eén van die ‘blikvangers’ was niet toevallig gewijd aan de Bosnische migratie. Niet omdat het zo’n grote groep is in Gent -precieze aantallen zijn moeilijk, maar het zou gaan om zo’n 150 families of ongeveer 500 personen-, maar wel omdat het specifieke verhaal van de Bosnische migratie ons enorm veel kan leren over de realiteit van migratie. Twee aspecten wil ik daarbij in het bijzonder uitlichten voordat u begint te lezen: Ten eerste het translokale en ten tweede het onvoorziene karakter van migratie.

Ik verklaar me nader:

De aankomst en ontvangst van de eerste Joegoslavische vluchtelingen in België verliep om het zacht uit te drukken nogal chaotisch. Van een onthaalbeleid was geen sprake en dus kwam de opvang vooral in handen van vrijwilligers en informele solidariteitsnetwerken onder Bosnische vluchtelingen. Hierdoor nam de migratie heel snel de vorm aan van (om Thomas even vooruit te citeren) een “translokale waterval”. In minder gevleugelde woorden: kettingmigratie. 

Het mechanisme van kettingmigratie zorgt ervoor dat reeds bestaande lokale netwerken worden hersteld op de plaats van aankomst. Voor Gent betekent dit dat de overgrote meerderheid van de Bosniërs vandaag afkomstig is uit één en hetzelfde dorp: Tarevci. En daarin zijn de Bosniërs niet alleen: Zo is naar schatting negentig procent van de Gentse Turken afkomstig uit de streek rond Emirdag, de Italiaanse pizzabakkers grotendeels uit het Zuid-Italiaanse stadje Bisceglie en de Spaanse dienstmeiden uit de jaren zestig uit de Galicische gemeente Rianxo. 

Meer en meer ben ik er daarom van overtuigd dat we migratie al die tijd op een verkeerde schaal hebben proberen vatten: Historici, sociologen, journalisten en beleidsmakers staren zich al jarenlang blind op de beweging tussen landen, terwijl migratie zich in werkelijkheid (en zowel mijn eigen onderzoek als dat van Thomas en Jozefien De Bock bevestigen dat) veel meer afspeelt op het niveau van steden en gemeenten. Kettingmigratie is meer regel dan uitzondering, maar dat zien we pas wanneer we migratie als ‘translokaal’ in plaats van ‘transnationaal’ fenomeen gaan bekijken. 

"We hebben ons jarenlang blindgestaard op de beweging tussen landen, terwijl migratie zich in werkelijkheid veel meer afspeelt op het niveau van steden en gemeenten."



Een tweede aspect van migratie dat het Bosnische verhaal illustreert is het ongeplande karakter. Algemeen wordt migratie vaak gedefinieerd als ‘de keuze die iemand maakt om van Plaats A naar Plaats B te verhuizen’. Deze definitie is duidelijk ingekleurd door de ervaringen van Belgische migranten (zoals de landverhuizers naar Amerika, de kolonialen in Congo of de expats in Dubai), maar is eigenlijk heel weinig algemeen: Ze beperkt zich met name tot de migratie van bevoorrechte bevolkingsgroepen (zoals Belgen).

Het verhaal van de Bosnische migratie naar Gent vertelt ons iets anders. Toen de oorlog uitbrak en de eerste vrouwen en kinderen wegvluchtten, was de enige bestemming in hun hoofd ‘veiligheid’. Het oprukkend geweld en de uitputting van financiële middelen maakten dat de vluchtelingen steeds verder werden gedreven over de Europese grenzen tot ze uiteindelijk in Gent belandden. Een weloverwogen beslissing kan men de komst naar België niet noemen: voor velen was het de enige hoop. Nog meer kunnen we ons vragen stellen bij de ‘beslissing’ om hier te blijven. 

In het geval van de Bosniërs is die beslissing eigenlijk nooit genomen en is de terugkeergedachte pas heel recent naar de achtergrond verschoven. En dit geldt eigenlijk voor de meeste mensen die migratie hebben meegemaakt. In het geval van de Turkse migratie heeft het bijvoorbeeld tot midden jaren tachtig (misschien niet toevallig ook twintig jaar na de start) geduurd voor de gemeenschap zich in Gent thuis is gaan voelen en een eigen ‘Turkije aan de Leie’ heeft gevormd. Hetzelfde fenomeen zien we bij Marokkaanse, Algerijnse, Spaanse, Italiaanse, Ghanese, Britse en zelfs West-Vlaamse migranten in Gent: Ze hebben er niet voor gekozen hun leven hier uit te bouwen, ze zijn gewoon ‘blijven plakken’.

Niet toevallig is ‘Blijven Plakken’ ook de titel geworden van het STAM-project rond 50 jaar migratie: Omdat het zowat de enige rode draad was die we uit al onze getuigenissen konden halen: Alleen door telkens weer niét terug te keren, zijn ze hier gebleven, om achteraf vast te stellen dat ze waren gemigreerd. 



"Geplande 'van-A-naar-B-migratie' komt in werkelijkheid enkel voor bij geprivilegieerde bevolkingsgroepen, zoals Belgen. 

Al de rest is 'blijven plakken': Alleen door telkens weer niet terug te keren, zijn ze gemigreerd."




Vandaag hebben zowat 50.000 Gentenaars een migratie-verleden in de afgelopen vijftig jaar. Er zijn permanent ongeveer 160 nationaliteiten in de stad Gent vertegenwoordigd. De Bosniërs vormen daartussen een klein, maar stabiel en zeker niet onbelangrijk groepje. Ze vallen niet alleen op door hun opmerkelijk grote kennis van het Nederlands en sterke economische positie, maar misschien nog het meest doordat ze als gemeenschap heel regelmatig naar buiten treden met activiteiten en projecten. De rol van Sanela Salkic en Rusmir Trokic als gangmakers, initiatiefnemers en organisatoren is daarin heel groot. Ik denk daarom dat het niet meer dan fair is dit voorwoord af te sluiten met een bedanking aan hun adres. 

Want het waren Sanela en Rusmir die mij enkele jaren geleden vertelden dat ze graag een boekje wilden maken over hun migratiegeschiedenis, waardoor ik hen voorstelde mee te doen aan het STAM-project ‘Blijven Plakken’, waar Thomas stage kwam lopen terwijl hij op zoek was naar een thesisonderwerp, zodat ik hem in contact bracht met Sanela en Rusmir, die hem zodanig hebben geholpen dat hij er een boek van heeft kunnen maken, waarin ik later las over de redding van Bosnische kinderen, wat me deed terugdenken aan de tekeningen die ik in 1992 maakte. 

En zo is alles aan elkaar verbonden.


Tina De Gendt

Reacties