2014: Een balans van 50 jaar migratie

2014: Het Jaar van de ... Integratie



Vandaag organiseert de Turkse Unie van België een slotevenement van 2014. Dit jaar, dat heeft u ondertussen door, was het vijftig jaar geleden dat België wervingsacties opzette in Marokko en Turkije en werd daarom in het hele land gevierd en herdacht als het “Migratiejaar”. Saban Gök, coördinator van de Turkse Unie, nodigde mij uit om op dat evenement ook een woordje te zeggen. “En”, zei hij, “Ik zou graag willen dat je eens jouw persoonlijke bevindingen geeft over dit jaar. Ik denk niet dat iemand je dat al gevraagd heeft.” 
Dat klopt. Ik heb dit jaar al de meest uiteenlopende, soms clichématige, vaak bizarre en confronterende vragen gekregen, maar wat ik (als een van de initiatiefnemers van het Migratiejaar) zelf vind achteraf, dat heeft eigenlijk nog niemand gevraagd. Dus bedankt voor de vraag Saban

En ja, ik heb daar wel wat bevindingen over.




2014 moest hét jaar worden. Het gouden jubileum van de rekruteringen in Turkije en Marokko vormde de ideale aanleiding om het eindelijk over het aandeel migratie in onze geschiedenis te hebben. Zoals ik al eerder schreef, rust in België nog een groot taboe op migratiegeschiedenis, die al te vaak beschouwd wordt als de ‘geschiedenis van anderen’

In 2014 waren er tal van projecten die dit achterhaalde beeld doorprikten: Blijven Plakken, Straffe Gasten, Bestemd voor Gent, KaraYol, Dakira en Miras, om er enkele te noemen. Er verschenen boeken zoals Moeders van de Stilte, Migratie en de Metropool, Turkije aan de Leie, Nergens beter dan Thuis, een fotoboek van Türk Ocagi en Van Bosnië naar Tarevci en Terug. Er waren theatervoorstellingen (Nen Turkenkaba, Dop Basalim, Güle Güle 50 Sene, de Handen van Fatma) en muzikale projecten (zoals Yolda, Hidirellez en ‘k Zou zo gere willen leven), debatten en lezingen en dan vergeet ik wellicht nog de helft. 

Het was met andere woorden nogal druk en in die zin was het zeker een succes. Maar dan komt onvermijdelijk de vraag naar het bereik. Al dat gedoe, al die evenementen, heeft het ook effect gehad? Heeft het iets uitgemaakt?


Enerzijds zie ik een aantal redenen tot optimisme. De belangrijkste daarvan ligt in het historisch onderzoek. Toen ik enkele jaren geleden met mijn onderzoek begon, hoorden de meeste archiefinstellingen het in Keulen donderen toen ik over migratie begon. Ook aan de universiteiten kreeg ik vooral verveelde blikken. Vandaag is het anders: tientallen studenten zijn op het onderwerp gesprongen en zowat alle archiefinstellingen (het Amsab-ISG met Piet Creve voorop) leggen historische collecties over migratie aan. In het kader van 50 jaar migratie werden heel wat belangrijke interviews afgenomen met pioniers en prachtige collecties in veiligheid gebracht. Nog belangrijker is dat er bij een grote groep mensen bewustzijn is gecreëerd over de waarde van migratie-erfgoed. Dat wil zeggen: Er wordt minder weggesmeten, minder verbrand. 

Dat klinkt natuurlijk erg saai allemaal. En het duurt nog wel even voor we hiervan de vruchten zullen plukken. Maar geloof me vrij: Over tien of twintig jaar wrijven we ons in de handen bij het zien van de collecties die vandaag worden opgebouwd. Wanneer er aan de superdiversiteit in onze samenleving geen ontkennen meer is, zullen we onze kinderen willen uitleggen hoe dat precies gekomen is. En dan zullen er antwoorden te vinden zijn. 


Over tien of twintig jaar wrijven we ons in de handen bij het zien van de collecties die vandaag worden opgebouwd



Een tweede reden om blij te worden van 50 jaar migratie is het aantal mensen dat dit jaar heeft gemompeld: “Dat wist ik dus echt niet.” Hoewel velen beweren er alles over te weten (omdat ze toevallig een Turkse buurman hebben, zelf van Marokkaanse origine zijn of in “de sector” hebben gewerkt), is migratiegeschiedenis voor bijna iedereen nieuw. De confrontatie met die geschiedenis biedt bovendien een compleet ander perspectief op de samenleving vandaag en dat laat niemand onberoerd.
Dit jaar kregen duizenden voor het eerst de kans kennis te maken met deze geschiedenis. Het feit dat heel wat grote musea (zoals het STAM) betrokken waren bij projecten rond 50 jaar migratie, heeft ervoor gezorgd dat een publiek dat normaal gezien niet geïnteresseerd is in migratie of diversiteit, die geschiedenis dit jaar wel onder de neus kreeg gewreven. 
Een van de beste dingen die me in dat verband is overkomen, was toen ik door de Gentse schepen van cultuur Annelies Storms werd uitgenodigd om tijdens de 11-juli-plechtigheid toelichting te geven over de migratiegeschiedenis van Vlaanderen. Een statement van jewelste, want voor dit Vlaamsgezinde publiek is migratie als deel van onze geschiedenis nog erg gecontesteerd. De reacties achteraf waren verrassend positief. Siegfried Bracke beloofde me toen dat hij ‘Turkije aan de Leie’ zou lezen. Geen idee of dat ondertussen is gebeurd. 

Ik kan zo nog wel een paar positieve effecten bedenken van 50 jaar migratie, maar helaas moet ik toegeven dat het naar mijn gevoel ook een flop was. En dat omwille van één term: integratie. 


Toen het Migratiejaar in januari 2014 van start ging, zette ‘integratie’ meteen een domper op de feestvreugde. Ik kreeg de ene telefoon na de andere van journalisten die wilden weten ‘hoe geïntegreerd de allochtonen na 50 jaar waren’. Overal verschenen balansen en rapporten met cijfers en voorbeelden van ‘geslaagde’ en ‘minder geslaagde’ integratie. 
Al die tijd had ik gedacht dat we het over de geschiedenis zouden hebben, maar we waren nog niet goed vertrokken en het migratiejaar was herleid tot een symbolische aanleiding om het rapport van Belgen met migratie-achtergrond op te maken. Al die projecten waarover ik zonet schreef, haalden amper de media. Er verschenen een aantal documentaires naar aanleiding van 50 jaar migratie: geen enkele over geschiedenis. Er verschenen paginagrote artikels: allemaal over integratie.  

We waren nog niet goed vertrokken of het Migratiejaar was herleid tot een symbolische aanleiding om het rapport van Belgen met migratie-achtergrond op te maken.

Ik heb 2014 daarom al een paar keer spottend het “Integratiejaar” genoemd, maar in feite is de situatie eerder om te huilen. Voor een groot deel van de bevolking is ’50 jaar migratie’ door die eenzijdige en paternalistische berichtgeving vooral een jaar van meer oordelen in plaats van meer begrip geworden. Als ik dit jaar een euro opzij had gelegd voor elke keer ik de zin “Ze zijn hier al vijftig jaar en ze zijn nog niet geïntegreerd” hoorde, dan lagen er nu een pak meer cadeautjes onder de kerstboom. 

Als 2014 iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel hoe zeer we als maatschappij verblind zijn door de integratiebril. Want integratie is op zich niet meer dan een visie en ze is niet eens zo oud. 

In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt is de integratie helemaal niet vijftig jaar geleden begonnen. In 1964 voorzag niemand dat de ‘gastarbeiders’ langer dan enkele jaren in België zouden blijven. Vandaar dat de industrie zo veel moeite deed om de migranten te overtuigen dat wel te doen.

In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt is de integratie helemaal niet vijftig jaar geleden begonnen.

Toen op het einde van de jaren zeventig bleek dat die inspanningen geloond hadden en een grote groep mensen hier inderdaad zou blijven, kwam integratie voor het eerst op de politieke agenda. Dat klonk toen zo: “Als die mensen hier dan toch blijven, moeten we hen integreren in de samenleving.” U leest het goed: “WIJ moeten HEN integreren” en dus niet “ZIJ moeten ZICHZELF integreren”. De aanhangers van de integratie (toen vooral ter linkerzijde) vonden dat integratie een taak was van de overheid. 
De overheid zelf dacht daar anders over en het zou zelfs tot 1991 duren voor een integratiebeleid werd ingevoerd. Er gebeurden grote investeringen, maar op korte termijn leverde het (wat had u gedacht?) weinig zichtbare resultaten op. 

De verklaring lag voor de hand: “De schuld van de migranten” natuurlijk, die ondanks alles wat de staat voor hen had gedaan, “niet wilden integreren”. Want het moest toch ‘van twee kanten komen’.

En blijkbaar zijn we daar vandaag, vijftig jaar na de start van de migratie en twintig jaar na de start van de integratie, nog steeds. Zo heeft 2014 voor mij vooral pijnlijk duidelijk gemaakt hoe zeer we als maatschappij zijn blijven hangen in het verleden. De ironie wil dat, als we ons dit jaar met de geschiedenis hadden bezig gehouden in plaats van met integratie, we waarschijnlijk al verder waren geraakt.



Maar laten we vooral niet pessimistisch zijn. Het jaar telt nog achttien dagen.



Reacties